Tweede Spoorontsluiting van de Haven van Antwerpen

Infrabel werkt aan de aanleg van een tweede spoortoegang van de Haven van Antwerpen. Deze tweede havenontsluiting, die loopt van Antwerpen-Noord tot voorbij Lier, zal een aantal knooppunten gevoelig ontlasten.

De tweede spoortoegang heeft als voornaamste doel een grotere toegankelijkheid van de Antwerpse Haven voor het goederenverkeer door de capaciteit van de huidige spoorinfrastructuur van en naar de haven te verhogen.

De aanleg van deze specifieke goederenspoorlijn zal er ook voor zorgen dat er op de bestaande spoorinfrastructuur meer capaciteit voor het reizigersverkeer beschikbaar wordt en dat het voorstadstreinverkeer vlotter verloopt. Bovendien zal het leeuwendeel van de goederentreinen niet meer door de dichtbevolkte stadskern en woongebieden lopen.

Slechts 1 spoorlijn van en naar Antwerpse Haven

Al het goederenverkeer tussen de Haven van Antwerpen en het achterland - richting oost en zuid - verloopt momenteel over de spoorlijn L27A Antwerpen-Noord – Mortsel (Vertakking Krijgsbaan) via Antwerpen-Berchem).

Deze spoorlijn sluit in Mortsel aan op de lijn L15, die via Boechout in Lier aantakt op de goederenas richting Duitsland (L16).

Deze spoorbaanvakken zijn dan ook zeer druk bereden en doorkruisen daarbij diverse dichtbebouwde woonkernen.

De haven van Antwerpen voorziet daarenboven tegen 2030 nog een sterke stijging van de goederentrafiek. De overheid wil bovendien minder vrachtwagens op de wegen en meer goederenvervoer via milieuvriendelijke transportmodi zoals via het water en het spoor.

Mogelijkheden voor tweede spoortoegang

In 2000 besliste de Vlaamse regering al over een tracé voor deze spoortoegang langs de E313/E34. Dit dossier werd in 2003 – vooral om budgettaire redenen – “on hold” gezet. Sinds december 2010 werd de tweede havenontsluiting – gezien haar groot maatschappelijke en economische belang - door Infrabel, als belangrijkste initiatiefnemer, opnieuw in studiefase gebracht door de opstart van een plan-MER (Milieu Effecten Rapport)-procedure.

Initieel stelde Infrabel, de infrastructuurbeheerder van het Belgische spoorwegnet, drie alternatieven voor:

  1. Variant 1: Tracé ‘Vlaamse Regering 2000 en subvarianten’;
  2. Variant 2: Tracé ‘Lange boortunnel’
  3. Variant 3: Tracé ‘R11 en L15’.

Het eerste deel van het traject (Oude Landen - knooppunt Wommelgem) is voor de drie voorgestelde varianten gelijk en verloopt via de reservatiestrook zoals die op het gewestplan is ingetekend. Vanaf het knooppunt Wommelgem volgt elke variant echter een ander tracé.

In de Nota Publieke Consultatie (NPC) – die te beschouwen is als een soort kennisgevingsnota – werd door de MER-deskundigen voorgesteld om de variant 1 (tracé Vlaamse Regering 2000: tracé parallel aan de E313 met doorsteek richting Lier in Ranst) - na grondige evaluatie - uiteindelijk niet verder te onderzoeken in het plan-MER.

Dit resulteerde in een NPC waarin volgende twee alternatieven ter inzage van het publiek werden gelegd:

  • Alternatief 1:          Boortunnel - een tracé dat voorziet in een lange boortunneloplossing tussen Schoten en Lier (vroegere variant 2)
  • Alternatief 2:          Tracé R11 - Lier - een tracé dat in het verlengde ligt van de reservatiestrook (en de toekomstige A102) en de R11 (ten zuiden van de E34), en dat uitgaat van het op 4 sporen brengen en het ingraven, van de lijn 15 tussen Mortsel en Lier

Vanuit de publieke inspraakreacties heeft de dienst MER nog twee andere varianten aan de twee initiële alternatieven toegevoegd.

Na evaluatie van de 4 weerhouden alternatieven, en na een passende trechteringsstudie uitgevoerd door de MER-deskundigen, heeft de dienst MER, op 10 juni 2013, in haar aanvullende richtlijnen twee van deze vier varianten definitief uitgesloten. Uiteindelijk dienen bij de opmaak van het eigenlijke plan-MER, de MER-deskundigen enkel nog de volgende twee alternatieven te onderzoeken en te evalueren:

  • Alternatief 1 (ongewijzigd): ·tracé boortunnel;
  • Alternatief 2 (nieuw): tracé E313 richting Herentals (= bundeling met de E313)

Voor elk van deze twee alternatieven blijven steeds meerdere uitvoeringsvarianten mogelijk.

Parallel met de opmaak van dit plan-MER wordt tevens een Maatschappelijke Kosten-Baten-Analyse gemaakt (MKBA).

Volgens de huidige inzichten kan een goedgekeurd plan-MER en een gevalideerd MKBA verwacht worden tegen eind 2017 / begin 2018.

Op basis van deze twee belangrijke documenten zal de Vlaamse Regering vervolgens, ten vroegste aan de eerste helft van 2018, het definitieve tracé van de nieuwe goederenspoorlijn bepalen.

Onmiddellijk aansluitend hierop kan dan de procedure voor de opmaak van het noodzakelijke GRUP (Gewestelijk Ruimtelijk UitvoeringsPlan) worden verdergezet.

Het GRUP is vereist omdat dit het nodige kader voor de Vlaamse Overheid dient te creëren om later een eventuele stedenbouwkundige vergunning voor de werken te kunnen afleveren.

Meer informatie kan u vinden op de Infrabel website.